Voeding
De lever
Zuur-base evenwicht
De darmen
|
Voeding
Mens en natuur staan steeds meer onder druk en putten beiden uit hun reserves. Mens en natuur bevinden zich in een belastende kringloop van schadelijke stoffen en belastende prikkels, zoals licht, geluid, geur, straling en stress. De natuur heeft ons altijd voorzien van een breed scala aan voedingstoffen. Milieuvervuiling, industriële landbouwmethoden, vervoer, bewerkings- en bereidingsmethoden zorgen voor het teruglopen van deze krachtige voedingsbron.
Er is voedsel genoeg om geen gebreksziekten te hebben, maar te weinig goede kwaliteit om er optimaal mee te functioneren. Een nieuwe natuurlijke voedingsaanpak brengt u weer in aanraking met de kracht uit de (eigen) natuur.
Ik schat dat bij zo’n 70 tot 80% van de mensen in meer of mindere mate het lichaam is verzuurd en vaak is de lever overbelast. Natuurlijk spelen de darmen hierin ook een belangrijke rol. De grond waarin de boom staat moet goed zijn.
Terug
|
|
|
Terug
|
De lever
De lever is het wonderlijkste laboratorium van de wereld en is met zijn gewicht van ca. 1500 gram het grootste orgaan van het lichaam. Ze is steeds bereid alle fouten en verkeerde dingen waar we ons aan bezondigen zoveel mogelijk te herstellen. Daarnaast heeft de lever het heel druk met het wegwerken van alle milieugiffen die we dagelijks binnen krijgen. Als de darmen door gisting als gevolg van onvolledige vertering door verteringsstoornissen een borrelglaasje alcoholachtige stoffen produceert, dan kunt u zich voorstellen dat de lever het zwaar heeft tegenwoordig.
De lever als de grote ontgifter Wanneer wij door ondoelmatig eten (kwantitatief en kwalitatief) en drinken (teveel koffie, frisdrank, alcohol) of door het innemen van teveel medicamenten (ook laxeermiddelen) en vergiftigde stoffen uit het milieu onszelf schade toebrengen, probeert de lever steeds de schade recht te zetten.
Er zijn twee verschillende typen van biochemische processen gedurende het verloop van het ontgiftingsproces (detoxificatie) in de lever. In deze twee fases worden schadelijke in vet oplosbare stoffen omgezet tot wateroplosbare stoffen. Deze omgezette stoffen kunnen dan door de lever - via de galblaas - afgescheiden worden. Ze worden dan via de stoelgang verwijderd of ze worden via het bloed naar de nieren getransporteerd en daar tot urine gevormd om dan uitgeplast te kunnen worden. De reacties van de eerste fase zijn chemische omzettingen waarbij een uitgebreide familie van enzymen (cytochroom P450 iso-enzymen) betrokken is. Deze enzymen zijn wat betreft hun aanmaak afhankelijk van mineralen, antioxidanten en vitaminen B. De eerste fase-reactie van de lever alleen is onvoldoende om het lichaam te verlossen van schadelijke verbindingen. Een tweede fase-activiteit is nodig om dit te voltooien. Het zijn de vele chemische transformaties, binnen het zogeheten conjugatieproces, die daarvoor zorgen. In dit conjugatieproces zijn onder andere enkele zwavelhoudende aminozuren betrokken. De verhouding van de activiteit in beide fases is van groot belang voor behoud van onze gezondheid. Verloopt de eerste fase sneller dan de tweede dan ontstaan er vrije radicalen (agressieve verbindingen die celschade geven). Verloopt de tweede fase te traag door onvoldoende zwavelhoudende aminozuren dan kan zich dit uiten in: vermoeidheid, hoofdpijn, spierpijn, oedeem, buikklachten, verstopping, misselijkheid, vieze metaalsmaak in de mond, huidklachten, duizeligheid, jeuk én een ander eetgedrag.
De eerste ontgiftingsfase In fase 1 van de ontgifting van de lever worden door enzymatische processen (de zogenaamde P450 enzymen) niet alleen toxinen zoals drugs, pesticiden en zware metalen onschadelijk gemaakt, maar ook afbraakproducten van lichaamseigen stoffen zoals hormonen en stoffen uit het immuunsysteem zoals histamine. In fase 1 wordt een deel van de stoffen volledig onschadelijk gemaakt. Een ander deel wordt voorbewerkt en in fase 2 verder verwerkt om dan via gal en nieren te worden uitgescheiden. Of iemand een goede ontgifter is wordt bepaald door de wel of niet optimale werking van zijn enzymsystemen en dit is mede door zijn erfelijkheid bepaald. We kennen allemaal voorbeelden van mensen op feestjes die na een paar slokken wijn al ‘dronken’ zijn. Bij een onvoldoende werking van fase 1 zien we bijvoorbeeld dat mensen cafeïne niet kunnen verdragen. Veel chemische geneesmiddelen hebben een vernietigende werking op de cytochroom P450 enzymen die door tenminste 71 verschillende genen worden gecodeerd. Daarom zijn er veel individuele variaties en dus variaties in ontgiftingscapaciteit mogelijk. Indien er in fase 1 onvoldoende ontgift wordt, ontstaan er veel zogenaamde vrije radicalen. Dit zijn zeer agressieve chemische verbindingen die onder andere weefselschade kunnen geven.
De tweede ontgiftingsfase De lever maakt in deze fase door middel van enzymen de al omgezette gifstoffen uit de eerste fase verder wateroplosbaar. Veel chemische transformaties verlopen via een aantal gespecialiseerde 'fabrieken'. Een fabriek die acetylering wordt genoemd verwerkt bijvoorbeeld medicijnen zoals antibiotica. de fabriek glutathionconjugatie verwerkt onder andere paracetamol, alcohol, koffie en pesticiden, en de fabriek die sulfatie heet transformeert allerlei hormonen en zware metalen. De glucoronidatiefabriek verwerkt aspirine, morfine, oxazepam en een fabriek met de mooie naam methylering neemt specifieke hormonen en histamine voor zijn rekening. Als laatste is de glycinatiefabriek verantwoordelijk voor o.a. nicotine en bepaalde E-nummers. Zo heeft elke fabriek een bepaalde taak en heeft daarvoor ook bepaalde voedingsstoffen nodig om dit scheikundig te kunnen bolwerken. Deze hardwerkende fabrieksarbeiders hebben goede voeding nodig om dit smerige werk te kunnen volhouden. Krijgen ze onvoldoende nutriënten zoals vitaminen, mineralen en aminozuren dan leggen ze het werk neer. Elke fase heeft zijn specifieke ‘superbenzine’ nodig aan nutriënten om de gifstoffen goed wateroplosbaar te kunnen maken.
Terug
|
|
|
Terug
|
Zuur-base evenwicht
We eten te zuur. Althans te veel zuurvormende voeding. Bij het samenstellen van het voedselpakket is het van belang dat we ons niet alleen bekommeren om de hoeveelheid noodzakelijke voedingsstoffen. Er is nog iets om rekening mee te houden: het zuur-base-evenwicht. Dat klinkt ingewikkelder dan het is, maar u hoeft geen scheikundige te zijn om het te begrijpen.
Na de vertering van voedsel en de stofwisseling in het lichaam blijft er een zure of een basische rest over (basisch is het tegenovergestelde van zuur en wordt ook wel alkalisch genoemd). Groenten en fruit zorgen bijvoorbeeld voor een basische rest. Het lichaam heeft van nature een licht basenoverschot en probeert dat constant te houden. Dat doet het op verschillende manieren. Zo wordt een overschot aan zuren zoveel mogelijk uitgescheiden door de nieren. Ook de longen kunnen hierbij een belangrijke bijdrage leveren. Neemt de zuurvorming in het lichaam enorm toe, dan kan het hierboven genoemde zuurcompenserende mechanisme het niet meer aan.
Wanneer het organisme te weinig zuren kan afvoeren via de nieren, de longen en de huid, stoot het bloed het teveel aan zuren af naar de weefsels zoals de spieren, pezen, onderhuids bindweefsel en de gewrichten. En dat kan aanleiding vormen tot de meest uiteenlopende klachten. Variërend van vermoeidheid, huidproblemen, hoofdpijn tot reumatische klachten. Volgens de zuur-base onderzoeken is er bij verreweg de meeste chronische welvaartsziekten sprake van weefselverzuring. Een volledige genezing of tenminste verbetering van degelijke kwalen wordt mede bereikt door een eind te maken aan de zuurbelasting en het evenwicht in de zuur-base-huishouding weer te herstellen.
Sinds de onderzoekingen van Ragnar Berg en anderen aan het begin van de vorige eeuw heeft men geprobeerd een onderscheid te maken tussen zuur en basisch werkende voedingsmiddelen. Voedingsmiddelen met een hoge zuurrest bevatten relatief veel fosfor, chloor en zwavel. Voedingsmiddelen met een hoge baserest bevatten relatief veel van de volgende mineralen: natrium, kalium, calcium, en magnesium. De verbindingen die deze mineralen tijdens de stofwisseling in het lichaam aangaan zijn uiteindelijk bepalend voor het zuur-base-evenwicht. Of een voedingsmiddel een zuren- dan wel basenoverschot levert, wordt bepaald door de chemische samenstelling en niet door de smaak. Zo leveren zuursmakende vruchten, zoals citroenen en sinaasappels, na vertering en stofwisseling toch een basenoverschot op.
Ook is het niet zo dat ‘zure’ voedingsmiddelen per definitie ongezond zijn. Vis, granen en peulvruchten leveren een zuuroverschot, maar zijn waardevolle voedingsmiddelen. Waar het om gaat is dat het evenwicht in het lichaam niet te extreem wordt verstoord.
Van elk base-leverend voedingsmiddel, verandert de uitwerking zodra het slecht gekauwd en in grote hoeveelheden wordt gegeten. Dit geldt vooral voor gemakkelijk tot gisting overgaande voedingsmiddelen zoals grof gesneden rauwkost, fruit, compote en vruchtensappen. Bij een hoge inname van genoemde voedingsmiddelen kan de darm tot gisting overgaan en zo extra veel zuren leveren.
Er bestaan verschillende tabellen met per product een getal ten aanzien van het zuur-base-evenwicht. Deze spreken elkaar vaak tegen. Dit is ook te verwachten, want het is onmogelijk om met exacte waarden te werken. We weten van veel voedingsmiddelen niet alle mineraalgehalten en deze zijn ook nog afhankelijk van onder meer de teeltwijze en het land van herkomst.
Om u toch een indruk te geven volgt hier een opsomming:
| Sterk zuurvormend voedsel:
|
Vlees, vis gevogelte, wild, ei, soja (producten)
|
| Zuurvormend voedsel:
|
Peulvruchten (dus ook pinda’s), granen, kaas
|
| Zwak zuurvormend/zwak basenvormend voedsel:
|
Kwark, noten, zaden, roomboter, olie
|
| Basenvormend voedsel:
|
‘Vloeibare’ melkproducten (melk, karnemelk, yoghurt)
|
| Sterk basenvormend voedsel:
|
Groenten, fruit, aardappelen
|
In sommige tabellen staat dat soja basenvormend is, maar soja is zeer rijk aan purine (wordt omgezet in urinezuur) en zwavel/fosforhoudende eiwitten en daardoor een sterke zuurvormer.
De verzuring kan op verschillende manieren bestreden worden:
| • |
Door sapvasten: kruidenthee, groente- en vruchtensapkuur onder deskundige begeleiding.
|
| • |
Gebruik overwegend basische voeding en beperk de hoeveelheid zuurvormend voedsel. Een lacto-vegetarische voeding zonder sojaproducten en met weinig andere eiwitrijke vleesvervangers is een goed uitgangspunt. We hoeven ons niet druk te maken over een mogelijk eiwittekort want bij een overwegend basische voeding neemt de eiwitbehoefte af.
|
| • |
Neem de juiste eetgewoonten in acht: vooral goed kauwen en inspeekselen, ook de dranken! En eet niet meer nadat het verzadigingsgevoel is bereikt, zodat de verzurende darmgisting wordt tegengegaan.
|
| • |
Gebruik royaal (goed verdelen over de dag) basische dranken (vruchtensap / groentesap/ gefermenteerde zuiveldranken) en kruidentheeën die de spijsvertering bevorderen.
|
| • |
Vermijd koffie, thee, cacao en alcohol, want deze remmen o.a. de reiniging.
|
| • |
Maak zeer royaal gebruik van verse groenten, eventueel een deel in de vorm van rauwkost (hoeveelheid afhankelijk van functioner van de darm). Maak de groenten klaar door middel van roerbakken of smoren. Door het koken van groenten in water en het vocht afgieten gaat o.a. veel kalium (base) verloren.
|
| • |
Eet regelmatig aardappelen als basis van de warme maaltijd: gaar stomen of koken in weinig water.
|
| • |
Neem minimaal 3 porties vers fruit verspreid over de dag. Gebruik zeker hard fruit niet na de maaltijd, dit kan makkelijk gaan gisten.
|
| • |
Wees matig met kwark en beperk de kaasconsumptie tot 1 a 2 plakjes per dag.
|
| • |
Beperk de peulvruchtenconsumptie tot maximaal 2 x per week.
|
| • |
Beperk het gebruik van suiker, honing, graanstropen etc. zoveel mogelijk, deze kunnen snel tot gisting overgaan. Gebruik diksappen en gedroogd ongezwaveld (zwavel is een zuurvormer) fruit om te zoeten en appel/perenstroop, dadelstroop en ander fruitbeleg als zoet broodbeleg.
|
| • |
Bevorder ontzuring via de huid, bijvoorbeeld door droog borstelen, wisseldouches, sauna, zwemmen en andere watertoepassingen.
|
| • |
Streef naar een bewuste positieve levenshouding, want sombere (zure) gedachten verzuren het organisme ook.
|
Terug
|
|
|
Terug
|
De darmen
Een goede vertering: het halve werk
Winderigheid, onduidelijke klachten in de onderbuik, diarree, obstipatie
en andere maag-darmstoringen, gaan vaak gepaard met min of meer duidelijke
verschuivingen in de darmflora. Met als resultaat een onvoldoende werkende
spijsvertering en/of onvoldoende opname van de voedingsstoffen.
Bacteriële dysbiose
De darmflora beschermt uw lichaam tegen infecties, produceert belangrijke
voedingsstoffen en speelt een belangrijke rol in uw immuunsysteem. Een
goede balans in deze darmflora is dus essentieel. Als deze balans verstoord
raakt spreken we van een 'bacteriële dysbiose'. Meestal betreft dit een
teveel van een of meerdere soorten met minder gunstige eigenschappen,
zoals een schimmelsoort of de bacterie Clostridium of Pseudomonas. Deze
overgroei gaat ten koste van de goedaardige flora (bijvoorbeeld de Bifido
en Lactobacillus).
Het ontstaan van een dysbiose
Een disbalans in de darmflora ontstaat door verschillende oorzaken. Hier
noemen we er enkele. Zo bestaat er geen twijfel aan de onmisbaarheid van
antibiotica. Het zijn echte levensredders in noodgevallen. Naast de ziekteverwekker
die bestreden wordt, kan bij sommige antibioticabehandelingen (oraal,
breedspectrum) helaas een zeer groot gedeelte van de goedaardige microflora
in de darm verdwijnen. De zo ontstane ‘lege’ darm is zeer gevoelig voor
infecties zowel van buitenaf als van binnenuit door bepaalde stoffen die
zich nog in de darm bevinden. Twintig tot dertig procent van de mensen
die behandeld zijn met breedspectrum antibioticatherapie krijgt diarree
die bijna altijd het gevolg is van een infectie met Clostridium.
Verder kunnen er ook andere infecties optreden zoals door Candida, E-coli
en gistschimmels. Niet alleen antibiotica kan een ongewenste bijwerking
op de goedaardige microflora geven.
Andere mogelijkheden zijn:
| • |
Langdurige of frequente obstipatie.
|
| • |
Chloor en andere bacteroïcide chemicaliën (zware metalen, medicijnen, fluor e.d) die zich in het drinkwater bevinden.
|
| • |
Vlees uit de bio-industrie met antibiotica.
|
| • |
Overmatig alcohol gebruik/misbruik.
|
| • |
Overmatig suiker-, vet- en dierlijk eiwitgebruik (bijvoorbeeld kaas, vlees, melk).
|
| • |
Eten van bedorven voedsel, voedselvergiftiging.
|
| • |
Langdurig vasten. Of niet eten, zoals bij eetstoornissen kan voorkomen.
|
| • |
Verteringsstoornissen (onvoldoende maagzuur, slechte galfunctie, slechte pancreasenzymen productie, slechte darmperistaltiek).
|
| • |
Infecties.
|
| • |
Darmoperatie, bestralingstherapie en chemokuur.
|
| • |
Medicijngebruik (bijvoorbeeld de NSAID’s, dit zijn ontstekingsremmers).
|
| • |
Emotionele en fysieke stress.
|
Voor meer informatie over natuurlijke voeding verwijs ik u graag door naar de site van "Natuur Diëtisten Nederland".
Terug
|
A t h e l a s
Praktijk voor Natuurgeneeskunde
Jannie Kaper Pieter Jochemswal 3 7961 DD Ruinerwold
(0522) 48 24 23 info@athelaspraktijk.nl
© GalacticGurbe 2006
|
|